TOEPASSINGEN MET INTER MASTER

  1. In de winter tot -5C. beton gieten, die vorstbestendig is en tevens waterdicht, scheurvrij, bestand tegen chloor- en zoutwater, en bovendien nog een hogere drukweerstand heeft van minimum 10% dan normaal.

  2. In de zomer beton gieten, die waterdicht, scheurvrij, corrosievrij is, bestand tegen chloor- en zoutwater, die vertraging heeft voor de aanvang der binding begint, en bovendien nog een hogere drukweerstand heeft van minimum 10% dan normaal.

  3. Betonneren op natte- of kleiachtige bodem, waarvan de beton dezelfde eigenschappen heeft als in punt 1 & 2.

  4. Bezettingen of bepleisteringen aanbrengen  voor kelders, atoomschuilkelders, zwembaden, sluizen, watertorens, waterbaken, visvijvers, septische putten, ondergrondse garages, balcons, enz... die aan de volgende eisen moeten voldoen; waterdicht, stevige aanhechting, zeer goede verwerking, corrosievrij, schimmelwerend, bestand tegen chloor- en zoutwater, en geen toxische stoffen mogen afleveren ( besmetting van drinkwater of visvijvers ). Kan en mag nadien geverfd worden.

  5. Chape of dekvloer plaatsen, die scheurvrij, stofvrij, corrosievrij is, een stevige aanhechting aan betonlaag verzekert, en waarop snel kan gelopen of bekleed worden, en dan nog een hogere drukweerstand heeft van minimum 10% dan normaal.

  6. Voegwerken van muren of vloeren, die de aanhechting van 100% verzekeren, waterdicht en schimmelwerend zijn, bestand tegen chloor- en zoutwater, en melkzuren en hoge temperatuurverschillen ( 1 zakje in max 1 liter water ).

  7. Bestaande cementbezettingen of bepleistering, die water doorlaten, ( kelders, putten, enz... ) met een cementpap instrijken, die vaste aanhechting verzekert, waterdicht maakt, schimmelwerend is, staalhard wordt en nadien kan geverfd worden.

  8. Vochtdoorlatende gevels, buiten-  of binnen muren, die kleurloos waterdicht moeten gemaakt worden, terwijl de muren nog nat zijn, en kort nadien kunnen behangen of geverfd worden.